Feedervissen

Feedervissen

 

Feedervissen

                                                                                                                       

 

Wat heb je eigenlijk allemaal nodig om te kunnen feedervissen.

 

·                     winckle picker / feeder (met verschillende toppen om in  te spelen op harde wind/evt. stroming)

·                     molen met lijnclip

·                     korven met verschillende loodgewichten om te kunnen inspelen op elke situatie. (opkomende wind of toenemende stroming)

·                     wartels

·                     hoekafhouders

·                     stoppertjes

·                     onderlijnen (of losse haken en nylon van de gewenste dikte)

·                     feedersteunen, voor op de oever of een speciale feedersteun die je aan het plateau kunt bevestigen.

 

De beginnende feedervisser gebruikt meestal een winckle picker met nylon. De montage bestaat meestal uit een hoekafhouder die met de korte kant eerst op de lijn wordt geschoven. (de hoekafhouder heeft nl een korte en een lange kant) De lijn komt zo aan de lange kant uit de hoekafhouder. Daarna pak je een stoppertje voor op de lijn en maakt daarna een lus om de onderlijn aan te monteren. Zodra je een korfje aan de hoekafhouder hangt gaat door het gewicht van het korfje de lange kant omhoog. De onderlijn komt hierdoor vrij van de korf. Een gevorderd feeder visser maakt in de hoofdlijn een lus van ongeveer 20 cm waar de korf met een speldwortel in wordt gehangen.

Boven de knoop van de lus waar de korf in hangt daar lus je de onderlijn omheen en zo heb je  ook een soort afhouder

Evt. kan men een stukje nylon dat dikker is dan de te gebruiken onderlijn gebruiken bij gevlochten lijn.

Deze maak je iets langer dan onderkant korf en daar maak je een lus of plaats je een warteltje waar je de onderlijn aan bevestigd.

Dit warteltje voorkomt dat de onderlijn opkrult tijdens het binnendraaien .

 

Hoe ga je vissen met een feeder of winckle picker:

 

Als je bij het water komt maak je een keus waar je gaat vissen. Heb je de keus gemaakt. bv onderaan het talud in het diepste gedeelte van het kanaal  waar het ondieper word. Je kunt 'peilen' met een korfje of een loodje. Als je in het midden werpt en je begint te tellen totdat het loodje(korf) de bodem heeft bereikt(zie je als de top slap valt). bv 6 tellen totdat het loodje de bodem heeft bereikt, daarna werp je steeds iets verder totdat het 5 tellen worden. Dan ga je iets terug(visafstand) en vis je dus in het diepe tegen het ondiepere wordende talud aan. Als je de afstand hebt bepaald zet je de lijn vast achter de lijnclip van de molen. Met als functie dan je steeds op dezelfde afstand inwerpt.

 

 

Voor je gaat voeren kun je na het inwerpen en als de korf de bodem heeft bereikt de korf langzaam naar binnen draaien(over de bodem) om zo een bodemstructuur te verkrijgen.

Om niet steeds vast te  zitten tijdens het vissen is dit maar een kleinigheid om even te doen.

Mits je een richtpunt neemt aan de andere kant van het water waar je op kunt mikken, bv een huis, boom of iets anders.

Je zet op de oever altijd de visafstand uit, zodat je bij een lijnbreuk direct dezelfde afstand kunt uitzetten. Er zijn vissers  die dit doen met bancksticks, je doet je korf om de stick en je loopt de lijn uit tot je de lijnclip hebt bereikt en men plaatst de andere stick bij de top van de hengel. Zo kun je snel weer verder vissen. Dit laatste is erg belangrijk tijdens wedstrijden, het zou zonde zijn om de meeste tijd van de wedstrijd bezig te zijn met het repareren van het materiaal.

Na enkele korven gevuld met voer te hebben ingeworpen, kun je een onderlijn monteren en beginnen met vissen. Krijg je beet dan kun je eventueel casters, geknipte wormen of pinkies toevoegen aan het voer om de aanwezige vissen op je voerplek te houden.

Als men veel vis verwacht of wilt gokken dan breng je in het begin van de wedstrijd meteen gevulde korven met casters en geknipte wormen.

 

Winckle picker of feeder:

 

Ga je in een klein vaartje of hoef je niet ver te werpen dan neem je meestal een winckle picker met nylon mee. Je hoeft geen zware korven te gebruiken en komt de rek van het nylon mooi van pas bij het aanslaan en drillen van de vis.

Een winckle picker kun je kopen in de lengtes van 2,40 tot 3,35 meter. Het kleine broertje van de feeder, die in de lengtes van 3,30 tot 4,50 meter te verkrijgen is, heeft een mooie parabolische actie. Deze is het meest geschikt voor het lichtere werk met nylon en lichte korfjes. Op de feeder kun je ook wel nylon gebruiken, maar tot een werpafstand van 50 meter. Meestal vis je met gevlochten lijn, dit met of zonder voorslag. Door de voorslag kun je met een dunnere gevlochten lijn vissen en dus verder werpen.

Hier in het noorden is 0,23 of 0,25 voldoende voor een voorslag,maar ga je naar een meer of een breed water van 90 a 100 meter dan moet je met 0,28 of 0,30 nylon voorslag vissen om voldoende dikte te hebben om krachtig te kunnen werpen.Doet men dit niet  dan gooi je de voorslag kapot. Je hebt toch nog enige rek in het nylon om goed te kunnen aanslaan.

De rek zorgt ervoor dat je de onderlijn niet stuk slaat. Als ezelsbruggetje voor de lengte van je voorslag, gebruik ik altijd twee keer de hengellengte.

Met welk voer je moet vissen is een persoonlijke keus. Elke hengelsportzaak heeft tegenwoordig een eigen gemaakt of kant en klaar feedervoer in de handel. Meestal gebruik je een kilo voer in 4 a 5 uur vissen. Neem nog wat extra droog voer mee voor als er veel vis aanwezig is of door wat voor reden dan ook er iets gebeurd met je voer

bv. Te nat  voer door regen of teveel toegevoegd aas.(casters /geknipte wormen)

 

Onderlijnen:

 

Er zijn in de hengelsportzaak onderlijnenmapjes in alle kleuren en maten te verkrijgen.

In de meeste mapjes zitten 10 kant en klare onderlijnen ,deze zijn er in verschillende lijndiktes en haakgrootes.Men kan dan snel inspelen op het aasgedrag van de vis, bijvoorbeeld  is de vis voorzichtig gaat men lichter en met een kleinere haak vissen.

Vang je dikke vis dan ga je iets zwaarder vissen (dikker nylon en grotere haak) om het verspelen van vis zo klein mogelijk te maken.

Zelf maak ik  mijn onderlijnen bij het water. Heb haken en nylon in alle soorten en maten in de bak. Dit doe ik puur omdat ik anders teveel onderlijnmapjes bij mij heb en dan niet meer weet wat ik bij mij heb, en dat weet ik uit ervaring. En buiten dat  scheelt het ruimte.

Door met de lengte van de onderlijn te spelen kun je inspelen op elke situatie.

Heeft de vis de haak diep zitten dan maak je de onderlijn korter en zie je de aanbeet eerder en geen slikkers meer. Maar heb je felle aanbeten en kun je de vis niet krijgen dan ga je een langere onderlijn gebruiken en heeft de vis meer tijd om te bijten.

In de winter zijn de vissen voorzichtiger en kun je gerust met een lange onderlijn vissen.

 

Er zijn verschillende soorten korven:

 

·                     met lood aan de zijkant van de korf

·                     met het lood onderin de korf, ook wel speedkorf genoemd

·                     dichte korven(diep of stromend water)

·                     de bovenkant van de korf dicht, voor gebruik van casters

·                     stroomkorven met ankertjes

·                     gesloten korfjes waar levend aas in moet

 

 

Als je niet te ver hoeft te werpen volstaat een gaaskorfje met het lood aan de zijkant , maar moet je meer dan 40 meter werpen dan kun je beter een speedkorf gebruiken. (kun je nauwkeuriger werpen)

De korfjes die aan de bovenkant dicht zijn gebruik je om casters naar je voerplek te brengen. Je schept eerst wat casters in de korf en sluit dit af met wat lokvoer. Dichte korven gebruik je meestal in dieper water, het voer kan dan tijdens het zakken naar de bodem de korf niet uit dwarrelen en zo de vis van de bodem aflokken en je visdag verpesten. Wil je beginnen met feedervissen ga dan niet te hard van stapel. Je hoeft in het begin nog geen 60 meter te gooien, door veel te oefenen komt het vanzelf. Je kunt beter 30 meter gooien en de korf elke keer op dezelfde plek gooien, dan 60 meter en door het hele kanaal heen te gooien. Dit laatste is meestal niet de beste manier van vissen.

Je kunt ook met iemand gaan vissen die het vaker heeft gedaan, en zo de fijne kneepjes van de andere visser te leren.Wees nooit bang om iets te vragen aan een andere visser, want door te vragen en te oefenen leert men het vissen het beste.

 

Stromend water feederen:

 

Gaat men in de stroming feederen bv. In de Zwemmer doe dan een paar proefworpen met verschillende korven en lood gewichten en zoek dan de korf op met het gewicht dat na het inwerpen even rolt over de bodem en dan vast gaat liggen. Men plaatst de hengel op een feedersteun die omhoog staat om op deze wijze zo weinig mogelijk draad in het water te hebben waar stroomdruk op komt te staan.Met anker korven kan men lichter (lood gewicht) vissen, alleen  moet men met het binnenhalen (aanslaan hoeft eigenlijk niet want de vis bijt zich zelf vast) er rekening mee houden dat ankerkorven in de bodem haken en na even hengel optillen en onder druk zetten weer losschiet.

Wat tijdens het vissen meestal meteen gevolgd word door een aanbeet.

Men gooit iets stroomopwaarts in en steunt de hengel hoger af dan normaal, na eerst te hebben gerold gaat de top iets krom staan.Een aanbeet is te herkennen door terug vallen van de top of hevig trillen van je feedertop. Tijdens het  feederen op stromend water  moet men dikkere toppen gebruiken dan op stilstaand water.

Ook is een heavy feeder aan te bevelen want een brasem is op stromend water sterker dan op niet stromend water. Door met een sterkere hengel te vissen heeft men iets meer te vertellen tijdens de dril van de vis. Als het  heel hard stroomt is het verstandiger om met nylon te vissen, omdat nylon rond is en daarom minder druk ondervind in het water.

Vaak doen ze een 0.25 tot 0.30  nylon voorslag op een 0.22 hoofdlijn van nylon om zo nog een dunnere lijn in het water te krijgen.

Gevlochten lijn is niet exact rond en ondervind meer druk  op de lijn en moet men zwaarder vissen dan met nylon.

Wat  verder belangrijk is dat men een voerspoor moet maken met toegevoegd aas bv.  casters, geknipte wormen, mais etc. De vis gaat zoeken tegen de stroom in naar voedsel en zo het spoor volgt naar jouw korf en dus je haak.

 

 

Hier nog enkele tips voor het feedervissen

 

·                     Heb je veel beten die je niet kunt verzilveren dan kun je beter een langere onderlijn proberen. (variëren van de lengte is meestal doeltreffend)

·                     Als je voor de eerste keer met gevlochten lijn vist moet je erom denken dat er geen rek in deze lijn zit. Je hoeft dus niet zo hard aan te slaan wat wel het geval is bij nylon.Bij gevlochten lijn is de hengel oppakken en strak houden van je lijn voldoende,gaat men wel slaan dan kost dat onderlijnen en dus ook vis.

·                     Heb je veel last van het helikopter effect (opgedraaide onderlijn) monteer dan een klein warteltje aan de lijn. Dit plaats je aan de lijn waar de onderlijn aan komt, zo ben je van dit probleem af.

·                     Tijdens een wedstrijd kun je beter twee voerplekken maken, dan heb je twee   kansen  om vis te vangen.

·                     Heb je veel last van de wind en golfslag, dan kun je beter met nylon vissen. Het grootste probleem is dan opgelost.

·                     Heb je met gevlochten lijn slechte aanbeten en sla je veel mis, probeer het dan eens met nylon

·                     Maak je voer niet te nat  rekening houdende met toevoegen casters en geknipte wormen waardoor je voer natter word en daardoor slechter uit de korf komt.

·                     Als je een aanbeet krijgt maar zet niet door ,trek dan een paar keer aan de lijn (of een slinger aan de molen)wat meestal net dat beetje meer geeft en dan wel doorbijt.

 

 

Hoop dat men er iets van heeft geleerd en wellicht tot aan de waterkant

 

Vang ze

Klaas Mozes